Zedenzaken

Wat zijn zedendelicten?

Een verkrachting, aanranding, seksueel misbruik, seks met een minderjarige of het maken of bezitten van kinderporno zijn voorbeelden van zedenzaken, seksuele activiteiten die volgens de wet strafbaar zijn.

In Nederland vallen de zedendelicten uiteen in misdrijven en overtredingen. De wetgever heeft er bewust voor gekozen om in het Wetboek van Strafrecht naast gedragingen tegen de seksuele moraal ook gedragingen die een inbreuk maken op andere ethische normen strafbaar te stellen. De titels over zedendelicten bevatten daarom naast seksuele delicten ook strafbaarstellingen van bijvoorbeeld bedelarij, dierenmishandeling en dronkenschap. De seksuele delicten zijn seksuele activiteiten die volgens de wet strafbaar zijn. Bijvoorbeeld seks onder dwang, seks met een minderjarige of het bezit van kinderporno.

Sinds 1 januari 2010 is ook grooming strafbaar gesteld. Voor volwassenen is het strafbaar om via chatsites minderjarige kinderen (onder de 16 jaren) te benaderen om afspraken met hen te maken voor het hebben van (cyber) seks. Grooming wordt ook wel digitaal kinderlokken genoemd.

Wet

Titel XIV van het tweede boek van het Wetboek van Strafrecht heet ‘misdrijven tegen de zeden’. Deze titel bevat de voornaamste zedendelicten die in Nederland strafbaar zijn gesteld, zoals ontucht en verkrachting. In artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht staat het zwaarste zedenmisdrijf verkrachting. Grooming is strafbaar gesteld in artikel 248e van het Wetboek van Strafrecht.

Welke (maximum) straf?

In artikel 242 van het Wetboek van Strafrecht staat een maximumstraf van 12 jaren gevangenisstraf genoemd. De rechter zal voor het bepalen van de straf of strafmodaliteit altijd op zoek gaan naar een passende straf.

Nieuwe strafbaarstellingen van seks tegen de wil en seksuele intimidatie

In aanvulling op de huidige dwangdelicten zal vermoedelijk eind 2019 een nieuwe seksueel misdrijf worden geïntroduceerd, dat van seks tegen de wil. Daarin wordt niet de dwang, maar het handelen tegen de wil het criterium voor strafrechtelijke aansprakelijkheid. Strafbaar wordt degene die met een persoon seksuele handelingen pleegt of een persoon seksuele handelingen laat plegen of ondergaan, terwijl diegene weet of behoort te weten op grond van feiten of omstandigheden dat deze handelingen tegen de wil van die persoon plaatsvinden. Het bewijs hiervan kan volgen uit de verklaringen van het slachtoffer, de verdachte en eventuele getuigen van de seksuele interactie.

Ook seksuele intimidatie zal strafbaar worden gesteld. Onder fysieke seksuele intimidatie wordt verstaan het in het openbaar opzettelijk seksueel betasten waarmee iemand vrees wordt aangejaagd of in een vernederende, kwetsende of schaamtevolle situatie wordt gebracht. Gedacht kan worden aan het onverhoeds in billen of borsten knijpen of aanraken van geslachtsdelen over de kleding heen.

Onder (non) verbale seksuele intimidatie verstaan de ministers het in het openbaar opzettelijk seksueel lastigvallen van een ander. Hierbij gaat het om publiekelijk opmerkingen of gebaren met een seksuele strekking maken om iemand vrees aan te jagen of iemand in een vernederende, kwetsende of schaamtevolle situatie te brengen.

Een initiatiefwetsvoorstel dat ertoe strekt seksuele intimidatie strafbaar te stellen is reeds aanhangig (Kamerstukken II 2018/19 34904, nr. 5).

Kritiek op de nieuwe wetsvoorstellen

Kritiek van advocaten op dit voorstel is dat het probleem er niet mee wordt opgelost. Het is moeilijk bewijsbaar en de nieuwe voorstellen zijn vooral symboolwetgeving. Er is een groot verschil tussen strafbaarheid en bewijsbaarheid. Dwang en (sporen van) geweld zijn in verkrachtingszaken te bewijzen , maar hoe bewijs je dat iemand wist of moest weten dat de handelingen tegen de wil van zijn sekspartner waren? Het zal in de praktijk nogal lastig te toetsen zijn of er sprake is geweest van (on)vrijwilligheid. Het blijft toch meestal een 1 op 1 verhaal. Getuigen zijn er in de slaapkamer meestal niet. Of de nieuwe wetsvoorstellen leiden tot meer veroordelingen, is dus nog maar zeer de vraag.

Waar rechtsbijstand?

Van Dijk Van der Meer Advocaten verleent door heel Nederland rechtsbijstand op politiebureaus en in rechtbanken en gerechtshoven. Wij procederen bij de rechtbanken in Alkmaar, Almelo, Amsterdam, Arnhem, Assen, Breda , Dordrecht, Den Haag, Groningen, Haarlem, ‘s-Hertogenbosch, Leeuwarden, Lelystad, Maastricht, Middelburg, Roermond, Rotterdam, Utrecht, Zutphen en Zwolle, de gerechtshoven in Amsterdam, Arnhem, Den Haag, ‘s-Hertogenbosch en Leeuwarden en de Hoge Raad der Nederlanden in Den Haag.

Wilt u meer inlichtingen over onze bijstand of wilt u direct bijstand in een lopende procedure? Neem contact met ons op.

Aangehouden of gedagvaard?

Wij zijn rechtstreeks bereikbaar via onze e-mailadressen en mobiele telefoonnummers zoals vermeld op onze contactpagina.

Direct een advocaat nodig?