Lage straf drugskoerier
De rechtbank te Schiphol heeft op 6 januari 2026 een drugskoerier met 12 kilo cocaïne veroordeeld tot 26 maanden gevangenisstraf. Dat is fors lager dan de eis van de officier van justitie. De officier eiste twee weken eerder een gevangenisstraf voor de duur van 40 maanden. De rechtbank volgde echter het betoog van mr. Van Dijk en legt in een heldere strafmaatoverweging uit waarom het vasthoudt aan de nieuwe uitgangspunten van de Rechtbank Noord-Holland voor drugskoeriers.
Lees de uitspraak via: ECLI:NL:RBNHO:2026:340.
Update: het Gerechtshof Amsterdam heeft dit vonnis op 21 april 2026 vernietigd. Het hof heeft wel oog voor de specifieke aard van de ‘koerierszaken’ en de door de rechtbank genoemde bezwaren tegen het gebruik van de LOVS-oriëntatiepunten. Het vindt echter dat het aan de Commissie Rechtseenheid is om over de aanpassing van de oriëntatiepunten te adviseren. Daar wil het hof niet op vooruitlopen door andere uitgangspunten te gebruiken. Zie uitgebreid: ECLI:NL:GHAMS:2026:1020
De verdachte heeft tegen de beslissing van het gerechtshof beroep in cassatie bij de Hoge Raad gesteld. Dit cassatieberoep wordt behandeld door mr. G. Spong.