24 mei 2019 Nieuws

Nieuwe strafbaarstelling van seks tegen de wil

Deze week hebben minister Grapperhaus en minister Dekker de Tweede Kamer geïnformeerd over het voornemen tot introductie van nieuwe strafbaarstellingen van seks tegen de wil en seksuele intimidatie in het Wetboek van Strafrecht. De voorstellen zijn in lijn met het verdrag van Istanbul uit 2016. Daarin staat dat seks zonder wederzijds goedvinden strafbaar moet worden gesteld. De wetsvoorstellen zullen vermoedelijk eind 2019 in consultatie worden gebracht. De nieuwe strafbaarstellingen zijn dus nog niet meteen van kracht.

Strafbaarstelling van seks tegen de wil

In aanvulling op de huidige dwangdelicten zal een nieuwe seksueel misdrijf worden geïntroduceerd, dat van seks tegen de wil. Daarin wordt niet de dwang, maar het handelen tegen de wil het criterium voor strafrechtelijke aansprakelijkheid. Strafbaar wordt degene die met een persoon seksuele handelingen pleegt of een persoon seksuele handelingen laat plegen of ondergaan, terwijl diegene weet of behoort te weten op grond van feiten of omstandigheden dat deze handelingen tegen de wil van die persoon plaatsvinden. Het bewijs hiervan kan volgen uit de verklaringen van het slachtoffer, de verdachte en eventuele getuigen van de seksuele interactie.

Kritiek van advocaten op dit voorstel is dat het probleem er niet mee wordt opgelost. Het is moeilijk bewijsbaar en de nieuwe voorstellen zijn vooral symboolwetgeving. Er een groot verschil is tussen strafbaarheid en bewijsbaarheid. Dwang en (sporen van) geweld zijn in verkrachtingszaken te bewijzen , maar hoe bewijs je dat iemand wist of moest weten dat de handelingen tegen de wil van zijn sekspartner waren? Het zal in de praktijk nogal lastig te toetsen zijn of er sprake is geweest van (on)vrijwilligheid. Het blijft toch meestal een 1 op 1 verhaal. Getuigen zijn er in zedenzaken meestal niet. Of de nieuwe wetsvoorstellen leiden tot meer veroordelingen, is dus nog maar zeer de vraag.

Strafbaarstelling van seksuele intimidatie

Ook seksuele intimidatie zal strafbaar worden gesteld. Onder fysieke seksuele intimidatie wordt verstaan het in het openbaar opzettelijk seksueel betasten waarmee iemand vrees wordt aangejaagd of in een vernederende, kwetsende of schaamtevolle situatie wordt gebracht. Gedacht kan worden aan het onverhoeds in billen of borsten knijpen of aanraken van geslachtsdelen over de kleding heen.

Onder (non) verbale seksuele intimidatie verstaan de ministers het in het openbaar opzettelijk seksueel lastigvallen van een ander. Hierbij gaat het om publiekelijk opmerkingen of gebaren met een seksuele strekking maken om iemand vrees aan te jagen of iemand in een vernederende, kwetsende of schaamtevolle situatie te brengen.

Een initiatiefwetsvoorstel dat ertoe strekt seksuele intimidatie strafbaar te stellen is reeds aanhangig (Kamerstukken II 2018/19 34904, nr. 5).

Relevant nieuws

Voorarrest geschorst vanwege Coronacrisis

De eerste Coronarechtspraak is een feit. Op 19 maart 2020 zijn twee verdachten door de Rechtbank in Alkmaar in vrijheid gesteld (mede) vanwege de Corona-uitbraak. De raadkamer van de rechtbank schorste de voorlopige hechtenis van de verdachten en gaf in een uitgebreide motivering het beoordelingskader van een verzoek tot schorsing van de voorlopige hechtenis met het oog op nieuwe aspecten die verband houden met de uitbraak van het Coronavirus. De rechtbank overweegt dat het Coronavirus de rechtspraak voor nieuwe vragen…

Maatregelen Coronavirus

Ons kantoor heeft maatregelen genomen om besmetting en verspreiding van het Coronavirus te voorkomen. Wij volgen daarbij de aanwijzingen van het RIVM en de overheid op. De Rechtspraak heeft besloten vanaf dinsdag 17 maart tot en met 6 april de rechtbanken, gerechtshoven en bijzondere colleges te sluiten. Urgente zittingen gaan wel door. Om welke zittingen dat gaat, leest u hier. Wij werken dus door. Zoals u van ons gewend bent zijn wij telefonisch en per e-mail gewoon bereikbaar.

Ontnemingsmaatregel Saban B. gehalveerd

Het Openbaar Ministerie had in eerste aanleg gevorderd dat B. ruim 3,3 miljoen euro aan de Staat moest betalen. Dit bedrag zou de opbrengst van door B. gepleegde mensenhandel zijn geweest. De Rechtbank te Almelo bracht dat bedrag terug naar iets meer dan 2 miljoen euro. B. was het niet eens met die uitspraak en ging in hoger beroep. Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft hem vervolgens de verplichting opgelegd tot betaling aan de Staat van een bedrag van € 1.452.000,=. B.…

Aangehouden of gedagvaard?

Wij zijn rechtstreeks bereikbaar via onze e-mailadressen en mobiele telefoonnummers zoals vermeld op onze contactpagina.

Direct een advocaat nodig?